9: De Road roller (stoomwals).

Een stoomvoertuig dat we ook in Nederland erg veel hebben gebruikt is de stoomwals.
Menigeen zal zich deze machines nog wel herinneren, daar pas in 1967 de laatste in ons land buiten gebruik werden gesteld.

In de jaren 60 kon men ze nog regelmatig aantreffen bij wegwerkzaamheden.

Het is opvallend, hoe geruisloos de veranderingen in het straatbeeld en daaromheen elkaar opvolgen.

Ik herinner me nog goed dat ik na schooltijd, aangetrokken door de rook en het gesis, vaak stond te kijken bij het walsen van de snelweg waarlangs wij woonden.

Bewust heb ik het verdwijnen van deze machines nooit meegemaakt; er verschenen gewoon  walsen met dieselmotoren, waarvan je op afstand, behalve het ontbreken van de schoorsteenpijp, eigenlijk niet zo veel verschil zag.

Alle nieuwe dingen trekken aan, zodat de verleiding om het oude te vergeten groot is.

Maar al te vaak komen we er te laat achter dat het toch wel heel erg jammer is, dat bepaalde dingen zijn verdwenen.

Velen zullen zich de stoomgedreven heimachines nog wel herinneren, en spreken we niet over een stoomwals, als we het over een moderne wals hebben?

We zijn ons dat meestal niet bewust maar let er maar eens op.

De stoomwals kunnen we zien als een traction engine op walswielen en is ontworpen omdat de vraag naar betere wegen steeds groter werd.

Verschillende bouwers van traction engines gingen zich hierdoor ook toeleggen op het bouwen van stoomwalsen.

De stoomwals is ook weer gebaseerd op het traction engine ontwerp, waarbij met name in de begin periode de ophanging van de voorrol de grootste problemen opleverde.

Doordat de voorrol alleen maar aan de uiteinden gelagerd en opgevangen kon worden, moest men, om het geheel bestuurbaar te houden, voor een vorkconstructie kiezen waartussen de rol gemonteerd werd.

Op de bovenzijde van de vork bracht men dan een stuurpen aan, waardoor de vork kon draaien.

Door deze constructie zou de totale hoogte aan de voorzijde van de machine hoger worden, zodat ook aanpassing van de rookkast noodzakelijk was.

Ook heeft men wel geprobeerd twee walsrollen aan de voorzijde te plaatsen zodat de traditionele voorwielophanging gehandhaafd kon blijven.

Dit bleek echter in de praktijk geen sukces.

In de begintijd van de stoomwals kon men ook wel kiezen voor machines waarvan men de walsrollen kon verwisselen voor normale wielen, zodat deze machines voor verschillende doeleinden konden worden ingezet.

De meeste stoomwalsen konden tegen meerprijs worden voorzien van een z.g.n. scarifier, een uitrustingsstuk waarmee men de oppervlak van de weg open kon trekken.

Scarifiers werden altijd achter een van de achterwielen gemonteerd.

Voor het grotere en efficiëntere breekwerk waren ook roterende road scarifiers te koop.

Deze scarifiers waren uitgevoerd als aanhangwagen, welke achter de stoomwals gekoppeld werd en met behulp van een riem vanaf het vliegwiel van de stoomwals werd aangedreven.

Met het verschijnen van de stoomwals werden ook de wegen beter.

In het begin bestonden de wegen uit losse kiezels en puin; het platwalsen daarvan gaf al een aanzienlijke verbetering, maar de beste wegen werden pas aangelegd na de introductie van het asfalt.

Vandaag de dag maken we dagelijks gebruik van asfalt wegen, het asfalteren is sterk gemoderniseerd maar het uitwalsen ervan gebeurt nog net zoals dat bij de eerste stoomwals ging, n.l. langzaam en met veel gewicht. Wetenswaardig is nog te vermelden dat een stoomwals niet, zoals de andere stoomvoertuigen met het vermogen maar met het gewicht wordt aangeduid.