5: De road engine.

Een andere machine, die in het stoomtijdperk de wegen sierde, is de road
engine.

De road engine is ontworpen voor het vervoer over de weg.

Als we het uiterlijk van deze machine bekijken, dan zien we dat deze veel overeenkomsten vertoont met de al eerder besproken agricultural traction engine.

De road engine onderscheid zich hiervan echter door een aantal specifieke kenmerken, zoals het dichte vliegwiel, waaraan ze te herkennen zijn.
Daar de road engines waren ontworpen voor het transporteren van lasten werden ze meestal uitgerust met extra watertanks.

Dit om de machines een bij zwaar sleperswerk toch een behoorlijke actieradius te geven.

Deze tanks werden onder de buik van de ketel gemonteerd en worden dan ook Belly tanks (buiktanks) genoemd.

Ook treft men wel extra watertanks aan bovenop de rookkast bij de schoorsteen, ook wel zadeltanks genoemd, alhoewel dit meer een uitdrukking is die we bij stoomtreinen vinden.

De road engines onderscheiden zich verder van agricultural traction engine door de vering, waarmee deze machines zijn uitgerust; geen overbodige luxe overigens als we de gesteldheid van de wegen uit die tijd in ogenschouw nemen.

Bij de road engine treffen we ook veel machines aan die zijn uitgerust met massiefrubberen banden.

Deze zijn meestal pas in de latere dagen aangebracht met de komst van de betere wegen, die het noodzakelijk maakten dat de wielen met rubber werden bekleed om zodoende beschadiging van het wegdek te voorkomen.

Ook de road engine heeft in ons land niet zo'n populariteit gekend als in Engeland.

Daar maakten ze in die tijd deel uit van het dagelijks straatbeeld, waarbij sleperswerkzaamheden met meer dan 3 aanhangwagens geen uitzondering vormde.

Road engines zijn er in vele soorten en maten en wat zeker geldt voor de agricultural traction engine geldt ook voor de road engine: dat we vaak al aan het uiterlijk van de machines kunnen zien of we met een erg oude of een minder oude machine te doen hebben.

Zo hebben de heel oude machines meestal een zeer korte rookkast; ook werden de oudste machines niet van aparte naamplaten voorzien.

De naam en de plaats van de maker is dan vaak ook alleen maar terug te vinden op het deksel van de stoomschuifkast.