4:
De ploughing engine.
Een
machine die hoofdzakelijk op het land werd gebruikt is de ploughing
engine (ploegmachine).
Deze machines zijn speciaal
gebouwd voor het bewerken van het land.
Ploughing engines zijn te
herkennen aan de grote horizontaal maar ook vertikaal gemonteerde
liertrommels of clipdrums(*2).
De horizontaal uitgevoerde
liertrommels en clip drums werden onder de romp van de lange ketel
gemonteerd.
De verticale liertrommels
en clip drums werden echter op verschillende manieren gemonteerd.
Zo zijn er met de liertrommel
of clip drum aan de zijkant van de ketel en er z ijn
er waarbij de liertrommels aan de achterkant van de tender te
vinden zijn.
Op het gebied van de plouging
machines is er heel wat af geëxperimenteerd, er zijn dan
ook heel wat bijzondere uitvoeringen te noemen.
Een daar van is de machine
waarvan de zeer grote kabeltrommel om de machine heen draaide.
Deze grote kabeltrommel vindt
zijn oorsprong in het feit dat in de zeer vroege dagen van de
ploughing engine de staalkabels nog niet zo soepel waren en zodoende
niet over al te kleine diameters gebogen kon worden.
Omdat
de ploughing engines zeer zwaar waren konden ze bijna niet gebruikt
worden op het te ploegen land.
Het risico van wegzakken
in de vaak zachte en drassige graslanden was voor deze machines
te groot.
Om toch te kunnen ploegen
had men in die tijd een aantal systemen ontwikkeld, waarvan
we er hier drie zullen bespreken.
Het eerst te noemen systeem
werd door de Engelsen betiteld als het roundabout system.
Het
roundabout system.
Bij
dit systeem werd de machine op een vaste plaats aan de rand van
het te bewerken veld geplaatst.
Van af deze plaats werd er
met behulp van schijven een staaldraad rond het veld naar de ploughing
engine geleidt, zodat een aan de staaldraad bevestigde ploeg op
deze manier m.b.v. de ploughing engine door het veld heen en weer
getrokken kon worden.
Naarmate het werk vorderde,
werden de achterste twee kabelschijven verplaatst in de richting
van de plouging engine, om daar uiteindelijk te eindigen.
Het
double engine system.
Bij
het double engine system had men twee machines nodig die ieder
aan een andere kant van het te bewerken veld werden opgesteld.
De staalkabels van beide machines
werden uitgelierd en aan een op het veld gereed staande ploeg
of eg bevestigd.
Door de twee machines telkens
om beurten de staalkabel op te laten lieren, kon de ploeg of eg
over het veld heen en weer worden getrokken.
Als de ene machine aan het
oplieren was verplaatste de ander zich alvast een ploegspoorbreedte
verder, waarna de machinist de tijd had om aandacht te besteden
aan z'n machine. Het
single engine cultivation system.
Dit
systeem werkte met een enkele machine.
Deze machine werd aan de rand
van het te bewerken veld geplaatst.
Tegenover de machine aan de
andere zijde van het veld, werd een zichzelf verplaatsend anker
met loopwiel geplaatst.
Dit anker bestond uit een
frame op wielen met daarop een loopwiel waarover de staalkabel
liep.
De wielen bestonden uit scherpe
mesvormige schijven welke door het gewicht van het, met ballast
verzwaarde, frame in de grond zakte en zo zorgden voor de verankering.
Tussen de staalkabel, welke
van de ploughing engine naar het anker en weer terug naar de machine
liep, werd de ploeg of eg gemonteerd.
Op deze manier kon men het
landbouw werktuig over het land heen en weer bewegen.
De aandrijving, die zorgde
voor het zijdelings verplaatsen van het anker, werd afgetakt van
de as van het loopwiel, waarover de staalkabel liep.
Een op deze wijze aangedreven
liertrommel verzorgde, door het inlieren van een tweede langs
het veld aangebrachte kabel, de zijdelingse verplaatsing.
Aan
het begin van dit hoofdstuk hebben we het er over gehad dat
het ploegen op het land met behulp van een plouging engine,
vanwege het enorme gewicht va n
deze machines, niet of nauwelijks mogelijk was.
Toch zijn er talloze machines
ontwikkeld met de bedoeling direct, zoals bij de hedendaagse
tractor, op het veld te kunnen werken.
Vaak liep dit uit op teleurstellingen,
maar enkele succesvolle machines zijn te melden, zoals de Wallis
& Steevens 4 3/4 ton compound oilbath tractor.
Richard Garrett & Sons
Ltd. ontwierp en bouwde omstreeks 1917 een stoomtractor, die
als tegenhanger moest dienen van de toen, ten gevolge van de
eerste wereld oorlog, versneld in opmars zijnde tractor met
verbrandingsmotor.
Men noemde deze tractor
de Suffolk Punch.
Een echt succes was het
niet; er werden er maar enkele van gebouwd, de concurrentie
van de verbrandingsmotor was toen al te groot.
De ploughing engine heeft
gedurende lange tijd de horizon vooral op het Engelse platteland
gekleurd, de laatst gebouwde machines rolden omstreeks de 20er
jaren uit de fabrieken, om vervolgens na jaren trouwe dienst
op de sloperij te belanden.
Gelukkig zijn er op tijd
veel machines gered van de slopershamer en bij het bezoeken
van de hedendaagse stoomrallies in Engeland, maar ook op het
vasteland van Europa, zijn ze dan ook regelmatig te zien.
Gelukkig maar, want de voorlopers
van de hedendaagse landbouwtractor zijn het bekijken meer dan
waard.
*2)
Clip drum.
De clip drum is een loopwiel
voor een staalkabel, waarbij een rond het loopwiel gemonteerd
klemmenmechanisme (clips) slippen van de kabel over het loopwiel
moet voorkomen.
De clip drum is een patent
van Jonh Fowler.
|