1:
Aanloop tot het stoom tijdperk (geschiedenis).
Thomas
Newcomen (1663-1729) bouwde de eerste stoommachine.
Hij maakte hierbij gebruik van condensatie van
stoom in een cilinder.
Door de condensatie ontstaat in de cilinder
een onderdruk, waardoor de buitenluchtdruk de zuiger terug
drijft.
Voor zover bekend werd de eerste Newcomen machine
gebouwd omstreeks 1712, de laatste van zijn machines wa ren
tot omstreeks 1900 nog in gebruik.
De schotse ingenieur James Watt (1736-1819)
vond, geïnspireerd door de al sinds 50 jaar in gebruik
zijnde Newcomen machines, de moderne stoommachine uit.
Dat door deze uitvinding de industriële
en mechanisering in een stroomversnelling terecht is gekomen
zal voor niemand iets nieuws zijn.
De door James Watt onworpen machines waren veel
betrouwbaarder en sterker en men kon in tegenstelling tot
de Newcomen machines gebruik maken van een ronddraaiende as,
wat voorheen niet mogelijk was.
Ook het rendement en dus de stoom en brandstof
besparingwas enorm: de eerste machines van Watt leverden al
een brandstofbesparing op van 75%.
Het was met name Engeland waar de industriële
revolutie al snel om zich heen greep.
De technische ontwikkelingen waren omstreeks
1700 al van toonaangevende aard en uit alle delen van de wereld
kwam men dan ook kijken naar wat men in Engeland presteerde.
Een voorbeeld van zo'n gebeurtenis is de bouw
van de eerste ijzeren brug ter wereld, die met een lengte
van 43 meter de kloof van de rivier de Severn overspande.
Dit werd gerealiseerd door Abraham Darby III
in 1779.
Deze brug is nog te zien
in het naar deze brug genoemde plaatsje Iron Bridge aan de
rivier de Severn.
Het was 70 jaar daarvoor dat in het nabij gelegen
plaatsje Coalbrookdale voor het eerst ter wereld ijzererts
werd gesmolten met behulp van Cokes.
Dit proces werd ontwikkeld door Abraham Darby
I in 1709 en kan ongetwijfeld gezien worden als een gebeurtenis
die aan de vooravond stond van de industriële revolutie
in Engeland. Abraham Darby I stichtte er de Bristol Iron Company
en al in 1712 liet Thomas Newcomen zijn stoomcilinders daar
gieten.
Rond 1759 waren er door deze Iron Company al
meer dan 200 cilinders voor de Newcomen machines gegoten.
Het plaatsje Coalbrookdale in het dal van de
Severn bij de berg Blist Hill was in die tijd een centrum
van industriële bezigheden en ontwikkelingen.
Zo waren er de kolen en ijzermijnen waarvan
te vermelden is dat de eerste stoompomp, gebruikt om de mijnen
leeg te pompen, dateert uit 1790.
Verder waren er de hoogovens, waarvan de lucht
benodigd voor het stoken van deze ovens al in 1840 door enorme
stoommachines werd geleverd en dan nog de stoommachines die
werden gebruikt voor de liften in de mijnschachten en die
in de fabrieken.
Ook werd in deze omgeving de eerste gietijzeren
stoommachine geconstrueerd en werden de eerste ijzeren schepen
te water gelaten.
Het was ook omstreeks die tijd dat Richard Trevithick
(1771-1833), een ingenieur uit Cornwall, voor zover bekend
in 1803-04 de eerste stoomlocomotief bouwde.
De eerste praktisch bruikbare stoomlocomotief
werd geconstrueerd door George Stephenson (1781-1848) voor
het eerst in gebruik in 1814.
Het gewicht van deze machine was 30 ton en de
snelheid bedroeg 4mph.
Toen de mijnen van Blist Hill en omstreken uitgeput
raakten sliep Coalbrookdale en Iron Bri dge
in.
De hoogovens op Blist Hill bliezen in 1912 definitief
hun laatste rook uit.
De omgeving van Iron Bridge had ze'n rol in
de industriële revolutie waarvan de invloed over de gehele
wereld merkbaar is geweest gespeeld.
Maar de ontwikkelingen elders gingen door.
Voor de ontwikkeling van de eerste tractie machines
(traction engines) moeten we terug naar 1857, in dat jaar
bouwde de firma Garrett de eerste zich zelf verplaatsende
machine, die bestond uit een omgebouwde locomobiel (portable),
welke al sinds de ontwikkeling hiervan in 1839/40 volop in
gebruik waren.
Van uit de zelfrijdende locomobielen zijn vervolgens
de traction engines, de road rollers en de road engines
ontwikkeld, van waaruit de stap naar de showmans engines niet
meer zo'n grote is.
Parallel met deze ontwikkelingen liep de ontwikkeling
van de ploughing engine.
Een kleinere uitvoering van de nog al zware
road engine is de steam tractor.
Deze werd pas later ontwikkeld als gevolg van
een aanpassing van de "locomotive act" (Engelse wegenverkeers
wet aangepast in 1904).
Als een van de laatste ontwikkelingen, in het
stoom tijdperk op de weg moet steam wagon of lorry genoemd
worden.
Dit waren machines die veel weg hadden van de
huidige vrachtwagens al werkten ze op stoom men zag toch kans
om met deze wagens snelheden van 70 km/uur en meer te bereiken.
Het is met name de ontwikkeling van bovengenoemde
machines die, in de industriële geschiedenis van Engeland,
mijn interesse hebben.
Op deze site worden een aantal van de genoemde
machines besproken waarbij het de bedoeling is een zo volledig
mogelijk beeld te schetsen over de machines en het gebruik
er van, in een tijd die bij ons wel eens "de goeie oude tijd"
wordt genoemd, maar waar ik persoonlijk toch wel wat bedenkingen
over heb.
Van de vele tienduizenden machines die eens
de weg en het land sierden zijn er nog maar enkele honderden
over.
Het was met name na de 2e wereld oorlog dat
men interesse ging tonen voor deze eens zo belangrijke machines,
waarvan er al vele de weg naar de smeltovens hadden gevonden
en vele andere machines al stonden te wachten.
Veel machines zijn door enthousiaste liefhebbers
van de slopershamer gered en inmiddels weer in oude staat
teruggebracht.
De populariteit voor deze oude machines neemt
hand over hand toe, niet in de laatste plaats veroorzaakt
door de stoomevenementen die we ook op het vasteland van Europa
steeds regelmatiger om ons heen zien.
Dit heeft er toe geleid dat de waarde van deze
machines enorm is gestegen.
Kocht men in de jaren 45/50 een machine voor
oud-ijzer prijs, nu overtreffen de prijzen van een al dan
niet in oude staat teruggebrachte machine die van een topklasse
auto.
Dit alles is echter nog maar een fractie van
wat deze machines aan historische waarde vertegenwoordigen.
Menige liefhebber zal het dan ook met mij eens
zijn dat deze machines een zekere mate van respect afdwingen,
wetende dat deze machines zijn gebouwd in een tijd waarin
bijna alle werkzaamheden nog met ouderwets vakmanschap en
mankracht plaats vond.
Historische informatie vertelt ons dat er in
1891 alleen al in de Fowler stoomploegfabrieken 1600 man werkzaam
waren.
Van de vele technieken die in die tijd zijn
uitgedacht en toegepast maken we heden ten dage nog dankbaar
gebruik.
Als voorbeeld hiervan noem ik het differentieel
(*1) dat al in diverse traction engines werd toegepast en
nu nog steeds te vinden is in onze hedendaagse autotechniek.
Velen hebben er voor gezorgd dat we heden ten
dage nog getuige kunnen zijn van wat eens de trots was van
menig eigenaar of machinist.
Met deze site hoop ik een grotere bekendheid
te geven aan de werkpaarden van de 19e/20e eeuw de Traction
Engine.
Veel lees plezier op deze site.
*1)
Differentieel: Een mechaniek toegepast in de aandrijving
van auto's waardoor de gedreven wielen met verschillende
snelheid kunnen draaien.
|
|